Echt de wens van de cliënt als uitgangspunt nemen

We kúnnen natuurlijk lijdzaam toezien hoe we de roosters steeds moeilijker gevuld krijgen. En we kúnnen allerlei dingen bedenken om personeel bij collega-zorgaanbieders weg te kapen. En natuurlijk kúnnen we bezuinigen op alle leuke dingen voor onze cliënten. Maar echt helpen zal het niet. De zorg staat in de komende jaren voor grote uitdagingen. ORO, zorgverlener aan mensen met een verstandelijke beperking in de regio Zuidoost-Brabant, kiest voor een andere weg. Hoe gaan we de uitdagingen te lijf, zonder de zorg te verschralen én met oog voor goed werkgeverschap?

ORO is een organisatie die het ‘geluk’ van haar cliënten én medewerkers centraal stelt. In de afgelopen jaren heeft de methodiek van het Supportgericht Werken (SGW), die door ORO zelf mede is ontwikkeld op basis van de methodiek SHR, Steunend Relationeel Handelen, daarin een belangrijke rol gespeeld. Uitgangspunt van deze methodiek is de wens van de cliënt. Wat wil deze cliënt, waar wordt hij of zij gelukkig van en waar liggen de precieze behoeftes?
Charles van Eemeren is lid van het MT van ORO. Waarom wil ORO, dat nog op weg is met de implementatie van het SGW, nu alweer nieuwe stappen vooruit zetten? “We zetten nog geen stappen”, nuanceert hij direct. “Maar we vervolgen wel onze zoektocht. Het is volledig duidelijk dat er veel op ons af komt. Vanuit de cliënten, vanuit het netwerk en vanuit de overheid. Dat gekoppeld aan de personeelsproblematiek die steeds nijpender wordt, maakt dat we ons goed moeten voorbereiden op de toekomst. Met SGW is daar een goede stap in gezet, maar nu gaan we verder doorontwikkelen.”

Met een schone lei beginnen
De cliënten en hun behoeftes nóg meer centraal stellen. Dat was de achterliggende gedachte toen het MT van ORO zich in 2018 boog over nieuwe mogelijkheden. “We vroegen ons af hoe we de zorg zouden inrichten als we helemaal met een schone lei zouden kunnen beginnen”, zegt Charles. “Wat kan er anders, wat kan er beter? We hebben daarover oriënterende gesprekken gevoerd met verschillende bureaus en we kwamen uit bij Oldenburg Bonsèl. Zij begrepen onze vraag, zij wilden zich graag verbinden aan onze uitdaging.” Bart Hanekamp, algemeen directeur van Oldenburg Bonsèl, was direct getriggerd door de vraag van de zorgaanbieder. “Absoluut”, reageert hij. “Samen op weg naar een minder zorg-, maar meer cliëntgedreven werkwijze. Hoe doe je dat? Hoe breng je dat tussen de oren van de medewerkers en hoe pas je dat nou concreet toe in het dagelijks leven van de cliënten? Die uitdaging wilden wij wel aangaan.”

Huis van de Toekomst
Nadat gezamenlijk een theoretisch kader was geschetst, werd er gestart met een pilot die ‘Huis van de Toekomst’ is genoemd. Bart: “In het Huis van de Toekomst hoeft geen rekening gehouden te worden met de huidige manier van werken, of met de huidige financiering. Vrij denken, geen focus op het zorgaanbod, maar denken vanuit de behoeften en wensen van de cliënt. Wat vindt hij of zij belangrijk? Misschien is dat wel een bekend persoon ontmoeten of is er een andere droom. Maar ook in het dagelijks leven zijn er wensen; vaker sporten, meer tijd voor je hobby’s of lekker eten. Hoe speel je hier als organisatie zo goed mogelijk op in? En wat vraagt dit vervolgens van technologie, mantelzorgers, vrijwilligers en medewerkers?”

De wens van de cliënt
De pilot, die in 2021 werd gestart, loopt in de Smalle Haven, een van de appartementencomplexen van ORO in Deurne. Met een beperkt aantal cliënten en een beperkt aantal medewerkers. Uitgangspunt is de wens van de cliënt. Maar betekent dat dat er weer complete vragenlijsten en dossiermappen gevuld gaan worden? Bart lacht. “Nee, zeker niet”, zegt hij. “We kijken vooral naar wat er al ligt aan informatie. Bijvoorbeeld in de opgestelde Krachtenprofielen. Er is veel informatie over behoeften en wensen alleen is die vaak versnipperd. Door op totaalniveau naar die informatie te kijken, komt duidelijk naar voren wat een bewoner van ORO wil. Daar proberen we met de medewerkers op in te spelen.”

Laboratorium
Charles van Eemeren vergelijkt de pilot graag met laboratoriumonderzoek. Wat nu wordt onderzocht bij de Smalle Haven, kan straks worden gebruikt bij andere locaties. “We hebben een trechtermodel ontwikkeld dat we gebruiken bij het voldoen aan de wensen en behoeften van de cliënt. Wat is er beschikbaar aan middelen en technologische ondersteuning, wat kan mantelzorg doen, wat kunnen vrijwilligers, wat kunnen niet-zorgmedewerkers en wat kunnen of moeten zorgmedewerkers. Die trechter is een hulpmiddel om de denkwijze aan te leren we, maar het gaat veel meer om de mindset die erachter zit. Sta stil bij de vraag van de cliënt en kijk hoe je daar het beste op kunt inspelen. Misschien kun je cliënten aan elkaar koppelen om een bepaalde vraag te beantwoorden, misschien zijn er apps die je kunnen helpen. Het gaat erom dat we het gedachtengoed van deze methodiek levend maken en levend houden. Vervolgens moeten we kijken hoe we de mogelijkheden en middelen optimaal kunnen inzetten. Een voorbeeldje? Nou, we denken aan een soort menukaart voor technologische hulpmiddelen. Alleen, die wereld verandert bijna elke maand. Dus moeten we ook iets bedenken waardoor dat aanbod altijd actueel is.”

Dé oplossing?
ORO bereidt zich voor op de toekomst. Zoveel is wel duidelijk. Maar is dit een heilzame weg? Is dit dé oplossing? Charles is duidelijk. “Het is een pilot, hè. Wij zijn enthousiast, maar de uitkomst kan straks ook gewoon zijn dat dit, om wat voor reden dan ook, niet werkt. Daarom delen we onze eerste ervaringen nu ook. Misschien zijn collega’s ook met een soortgelijk model bezig. Misschien kunnen we van elkaar leren. Kijk, wij zien ook dat onze medewerkers hier in de pilot nog mee worstelen. Maar we horen tegelijkertijd ook al cliënten die zeggen dat ze door een nét wat andere insteek nu ineens veel meer regie over hun eigen leven hebben gekregen en gelukkiger zijn. Of medewerkers die aangeven dat dit wel iets kan worden wat hun werkplezier op de langere termijn verhoogt. Uiteindelijk gaat het erom dat we, ondanks alle ontwikkelingen die op onze sector afkomen, de zorg op een hoog peil willen houden én onze medewerkers gelukkig, fit en vitaal. We denken dat we in een goede oplossingsrichting aan het denken zijn.”

ONZE PROFESSIONALS AAN HET WOORD

  • Het traineeship van Oldenburg Bonsèl & Associates is voor mij de ideale combinatie tussen leren en praktijk. Dagelijks pas je de kennis toe die je hebt opgedaan tijdens de intervisie en collegedagen.

    Matthijs van Maanen

  • Bij Oldenburg Bonsèl heb ik een uitdagende opdracht, dit in combinatie met de begeleiding vanuit Oldenburg Bonsèl en de colleges hebben ervoor gezorgd dat ik in korte tijd veel heb geleerd, zowel vakinhoudelijk als voor mijn persoonlijke ontwikkeling

    Nicole Veenvliet

  • Het leukste aan mijn werk bij Oldenburg Bonsèl vind ik de combinatie van analyseren en adviseren, waardoor ik als Business controller kwaliteit lever én dit ook kan overdragen aan een ander.

    Bart Hanekamp

  • Bij Oldenburg Bonsel maak je deel uit van een team gedreven young professionals die werkervaring op doen in de non-profit sector, terwijl zij samen en individueel werken aan ontwikkeling.

    Lindsey de Boer

  • Bij Oldenburg Bonsèl doen we het samen; naast onze eigen expertise leren we veel van elkaar en daarnaast ontwikkelen we ons inhoudelijk en persoonlijk tijdens het curriculum.

    Wouter van der Ven

Traineeship Organisatietalent van de toekomst

Wij bieden je een tweejarig traineeship gericht op de vakinhoudelijke en persoonlijke ontwikkeling, die je als toekomstig adviseur nodig hebt. Je voert opdrachten in de rol van projectleider, procesadviseur of (business) controller. Je wordt gekoppeld aan een supervisor die jou zal ondersteunen, begeleiden en uitdagen om steeds het beste uit jezelf te halen tijdens je opdrachten en in het traineeship. Met het traineeship organisatietalent van de toekomst begin jij een carrière als volwaardig professional in onze sectoren, de ideale basis voor je verdere carrière.

Bekijk ons Traineeship

INTRODUCTIE VAN HET TRAINEESHIPX